R   E   C   E   N   T



Donderdag 23 januari

ENVELOPPEN MET ZWART WIELERGELD, FICTIE OF WAARHEID?

Het is inmiddels een week geleden dat ik de derde druk van het door Bert Wagendorp geschreven boek ‘De Proloog’ heb uitgelezen.  Als publicist ben ik er deze donderdag de 23e januari pas mee klaar, want het boek biedt genoeg stof om even op door te gaan. Ik kan me niet herinneren of ‘De Proloog’ bij de uitgave in 1995 veel heeft los gemaakt binnen de Roosendaalse wielerkringen. Ik kan me haast niet voorstellen dat dit niet het geval was, want er wordt nogal wat beweerd op pagina 83 en 84.  Hierbij moet wel worden aangetekend dat het handelt om een ‘roman over een wielrenner in de slapeloze nacht voor hij de proloog moet rijden’. In een roman mag je nu eenmaal (tot op zekere hoogte) van alles beweren, ook waar het bestaande personen betreft, maar de gebezigde informatie moet toch wel ergens op berusten, lijkt mij.


Woensdag 22 januari

WAAROM IS DOPING NIET VERBODEN IN DE KUNST?

Dope is een absoluut taboe in de sportwereld en met name binnen de wielersport. Toch zijn er heel wat mensen die redeneren dat het ieders eigen zaak is of en wat ze in hun mik gooien.  De man uit het boek ‘De Proloog’ die alles op alles moet zetten om de proloog te winnen  trekt de vergelijking met kunstenaars die op dit terrein geen strobreed in de weg worden gelegd. Auteur Bert Wagendorp laat zijn ‘ik-figuur’ de stelling dat topsporters een voorbeeld moeten zijn voor de jeugd ernstig in twijfel trekken. 


Dinsdag 21 januari

OFFICIEEL VERZOEK OM EEN STANDBEELD OP TE RICHTEN VOOR JACK JERSEY TER GELEGENHEID VAN ZIJN 80STE GEBOORTEDAG

Beste burgemeester Van Midden, beste Han,


Op 18 juli 2021 is het tachtig jaar geleden dat Jack de Nijs, ook bekend als Jack Jersey ter wereld kwam. Jack was ronduit de landelijk bekendste persoonlijkheid die in Roosendaal getogen is. Mede namens zijn dochter Monique dien ik hierbij een officieel verzoek in om ter gelegenheid van deze bijzondere gebeurtenis een standbeeld van Jack Jersey te laten plaatsen. Vanwege zijn bijzondere band met de (Oude) Markt –hij had vroeger een eigen studio op de zolder van café De Raatskelder- is dat de meest aangewezen plek. Bovendien hoort een artiest van deze statuur natuurlijk een centrale positie in te nemen binnen de stad waar hij zich zo intens verbonden mee voelde. In de jaren zeventig was Jack ronduit de populairste artiest van Nederland in zijn genre.  Zie onderstaand twee berichten die goed weergeven wie Jack precies was. Het eerste artikel handelt over de ode die Radio 5 vorig jaar aan hem bracht onder de noemer ‘Jack Jersey in 1 minuut’.  Het andere artikel is afkomstig uit BN/DeStem en betreft de ode die Jack in 2009 ten deel viel in zijn eigen Roosendaal.  Die muzikale happening staat me nog helder voor de geest. Wellicht kan dat feest op of rond 18 juli 2021 nog eens dunnetjes worden over gedaan, met als onbetwist en historisch hoogtepunt de onthulling van het standbeeld van Jack. Over het ontwerp moet uiteraard uitgebreid van gedachten worden gewisseld. Monique en ik zijn daar graag toe bereid.
Zie bijgaand ook het verhaal ‘Het Lange flaneren’  uit mijn aanstaande boek ‘Het Pleijt is nog niet beslecht’.
Monique en ik wachten jouw reactie met belangstelling af.


Met vriendelijke groet,

Jaap Pleij
      

JACK JERSEY IN 1 MINUUT  - Radio 5

Op 18 juli vieren we de geboorte van Jack de Nijs, beter bekend als Jack Jersey. Op 26 mei 1997 overleed de zanger & producent uit Nederlands-Indië.
Op 18 juli 1941 wordt Jack de Nijs geboren in Tjimahi, nabij Bandung. Op tien-jarige leeftijd vertrekt hij met het gezin naar Nederland en komt op kamp Wouw te wonen. Tegen de zin van zijn vader in onderzoekt Jack zijn passie voor de muziek. Studies in Maastricht en banen bij Philips doen er niets tegen: Jack wil in 'het wereldje' naam maken!  Hij start muziekgroepen als The Four Sweeters en solliciteert naarstig bij platenlabels. In 1969 neemt Polydor de gok. Met liedjes als 'Gina Lollobrigida' (voor Tony Bass, later Ray Miller) en 'Sophia Loren' (van zichzelf) begint Jack al snel zijn stempel achter te laten. Ook staat hij als Ruby Nash op de planken.  Als Jack Jersey en met een keuze voor de Engelse taal treedt De Nijs ook als zanger in de schijnwerpers, met evergreens als 'In The Still Of The Night'(1974), 'Papa Was A Poor Man'(1974) en 'I'm Calling' (1973). Zijn hoogste notering is met 'Sri Lanka, My Shangri-La'.  Jack de Nijs schrijft ook hits voor anderen, zoals voor Nick MacKenzie: de single 'Juanita' (1974) is goed voor platina. Ook produceert hij de hit 'Comment Ca Va' van The Shorts (1989)
Aan het begin van de jaren '90 stopt Jack met het opnemen van platen. In 1997 overlijdt hij in zijn woonplaats Roosendaal aan de gevolgen van keelkanker. Jack de Nijs is maar 55 jaar oud geworden. In 2009 wordt een speciaal Jack Jersey-festival georganiseerd in Roosendaal.




Ode aan Jack Jersey 12 jaar na zijn dood
ROOSENDAAL - "Mijn vader heeft Roosendaal muzikaal op de kaart gezet." Monique de Nijs praat met aanstekelijke trots over haar vader Jack de Nijs, beter bekend als Jack Jersey.

"Een zanger van wereldformaat", zegt ze. Op 26 mei 1997 overleed de Roosendaalse zanger, componist en producer op 55-jarige leeftijd. Twaalf jaar later wordt voor het eerst een festival ter ere van Jack Jersey gehouden. Zondag 24 mei vanaf 15.00 uur in de Raatskelder in Roosendaal. Een idee van Johan Heeren en zanger Anton Supp.
Johan Heeren was jarenlang steun en toeverlaat van Jack de Nijs. Hij was bij elk optreden, net als chauffeur Kees Ros. "Goh, wat hebben wij gelachen!" herinnert Heeren zich. "Dan reden we naar Hamburg of München voor een optreden en onderweg hadden we veel lol."
Monique: "Dat had mijn vader nodig. Hij was altijd erg zenuwachtig voor een optreden. Johan kon dat altijd even doorbreken." Dat bevestigt hij graag: " Voor elk optreden gaf ik hem een bemoedigende tik op zijn kont." Heeren draagt de afscheidsbrief die Jack in 1997 aan hem schreef altijd bij zich. Monique houdt zich tegenwoordig bezig met de bescherming van het oeuvre van haar vader. Vijftienhonderd composities, waaronder 75 Top 40-hits. Grote eigen hits zoals Papa was a poor man en In the still of the night. En tientallen hits voor anderen, zoals Frank & Mirella, Nick MacKenzie, André Moss en de Shorts.

Dat de tribute in de Raatskelder plaatsvindt, is geen toeval. "Ik heb het gevoel dat Jack dat aan me heeft doorgegeven", zegt Johan Heeren. Wat hij bij het vastleggen van de zaal niet wist, is dat Jack de Nijs in de jaren zestig een eigen studiootje had op de zolder van de Raatskelder, Studio Raats. Een teken van bovenaf. "Ja, ik geloof in dat soort dingen", zegt Monique. De entree op 24 mei is gratis. Optredens zijn er van Denans, Frank & Mirella, Anton Supp, Mike Lorentz, Riny Heeren, Nick Mackenzie, Ronald Konings en anderen. Ook wordt de dvd-film Asian Dreams gedraaid.


Dinsdag 21 januari

RINI WAGTMANS GING WERKELIJK ONDER DE OPLEGGER DOOR

Naar aanleiding van het vorige bericht ontving ik van Bert Wagendorp de volgende mededeling: "Jaap, Wagtmans heeft het verhaal bevestigd. Ik heb nu een exemplaar van De Proloog met daarin een tekening van Rini bij de genoemde anekdote, van vrachtwagen en fietser." De vraag is dus beantwoord.


Maandag 20 januari

GING RINI WAGTMANS WERKELIJK ONDER DE OPLEGGER DOOR?

Een van de belangrijkste reden voor mij  om De Volkskrant vorig jaar met enige regelmaat te lezen, was de vaste column van Bert Wagendorp op pagina 2.  Bij de laatste tijdelijke verbintenis bleek zijn plek ineens ingenomen te zijn door de vroegere ombudsman Jean-Pierre Geelen.  Op zich niets mis mee, maar Geelen mist de snedigheid die zo kenmerkend was/is voor de auteur van onder meer ‘De Proloog’. Gelukkig is Wagendorp in januari teruggekeerd op het oude nest, maar toen ik eind 2019 bij De Koopjesknaller aan de Westelijke-Havendijk (waarom komen daar zo weinig snuffelaars?) een nog zeer aanvaardbaar exemplaar van de ‘De Proloog’ aantrof voor het lieve sommetje van vijftig eurocent was mijn bezoek in één klap al meer dan geslaagd.


Zondag 19 januari 2020

GEEF BEWONERS VAN ZORGINSTELLINGEN RECHT OP HUURSUBSIDIE

‘De wake-upcall van Bos is keihard’ stond zaterdag in dagblad Trouw als kop boven het commentaar van  de hoofdredactie en senior redacteuren. De commissie onder leiding van oud-minister Bos, die onderzoek heeft gedaan naar het zorgstelsel, trok deze week de conclusie dat ‘ouderen in de toekomst zelf meer moeten betalen aan leefomstandigheden waar nu de overheid aan bijdraagt’. De ‘Commentatoren van Trouw’  zijn het daarmee eens, omdat ‘ouderen hoger zijn opgeleid dan decennia geleden, maar toch nog onvoldoende voorbereid zijn op de levensfase waarin ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen’. De conclusie van Bos –en dus ook van Trouw-  is echter niet alleen onjuist, maar ook volkomen misleidend.
Enigszins vermogende ouderen moeten wanneer ze noodgedwongen intrekken bij een zorginstelling een gigantisch hoge eigen bijdrage  betalen.  Het zo zorgvuldig opgebouwde kapitaaltje mogen ze bij de voordeur van het verpleeghuis inleveren. Ook zonder spaargeld worden deze onfortuinlijke medemensen niet bepaald ontzien door het CAK. De eigen bijdrage voor ouderen met alleen AOW en een klein pensioen is voor het komende jaar vastgesteld op 1018 euro per hele maand. Een bedrag dat vrijwel geheel valt weg te strepen tegen de maandelijkse AOW-uitkering. Deze bedragen worden in opdracht van het CAK met elkaar verrekend. Het enige wat de bewoners daardoor een keer per maand op hun bankrekening krijgen bijgeschreven is de veelal karige pensioenuitkering en in de meeste gevallen een bescheiden zorgtoeslag.  Daar moeten ze het dan een hele tijd mee uitzingen. In ruil voor die 1018 euro per maand mogen ze zonder wezenlijke afleiding bivakkeren in een vierkant kamertje van vier bij vier meter , vaak zonder eigen sanitair. In die uitzichtloze positie mogen ze dan de laatste jaren van hun leven uitzingen. Ik heb al vaak bij minister Hugo de Jonge aangeklopt met het voorstel om bewoners in zorginstellingen net als ieder ander met een mager inkomen recht te geven op huursubsidie. Uit de enige schaarse reactie die ik retour mocht ontvangen van het ministerie geeft De Jonge zonneklaar te kennen dat niet van plan te zijn. De bijbehorende argumentatie ontbreekt. Alle Tweede Kamerfracties die ik met deze materie heb benaderd, konden niet het fatsoen de beleefdheid opbrengen om te reageren. Uit de recente kamerdebatten blijkt dat zowel regerings- als oppositiepartijen slechts oog hebben voor de inkomenspositie van de zorgmedewerkers en zich helemaal niets gelegen laten liggen aan de financiële positie van de doelgroep, oftewel de mensen waar het toch eigenlijk om gaat. En dat durft Bos nog met een stalen gezicht te beweren dat ouderen meer moeten gaan betalen voor hun huisvesting. Heel triest dat de ‘wijze hoofdredactie en senior redacteuren’  van Trouw zo hardvochtig meehuilen met deze kille, ijskoude wolvencommissie Bos.         


Zaterdag 18 januari

VIGGO WAAS LIJKT ZIJN DRAAI WEER TE HEBBEN GEVONDEN

Een goed verhaal is één. Maar om er een onderhoudende voorstelling van te maken is naast een goede regisseur een meesterlijke verteller onontbeerlijk. Met ‘De Meestervoorspeller’ heeft Viggo Waas overtuigend bewezen dat hij ruimschoots aan die kwalificatie voldoet. Het verhaal deed de ronde dat Waas na zijn NUHR-periode niet goed wist hoe hij theaterbestaan een passend vervolg moest geven.  ‘Wat je je niet kunt voorstellen, valt ook niet te voorspellen’, laat hij zich halverwege deze anderhalf uur durende monoloog ontvallen. Daarom trof de dood van zijn moeder, met wie hij naar verluidt een uitermate hechte band had, hem als een bijna dodelijke mokerslag. Tegelijkertijd werd ook voor Waas eindelijk duidelijk dat er voor NUHR geen toekomst meer was weggelegd. Gelukkig liet hij zich door die twee enorme tegenslagen niet uit het veld slaan. De 57-jarige Waas troostte zichzelf met de gedachte dat zijn inmiddels negentigjarige vader er nog voor hem is (wat op deze leeftijd allerminst vanzelfsprekend is) en dat hij zich geborgen weet in een warm en liefdevol gezin.  Bovendien putte hij uit deze recente levenservaringen zelfs heel wat inspiratie voor deze meestervoorspeller. Achteraf vindt hij het maar vreemd dat er zo recentelijk nog zaken speelden die hij zich niet kon voorstellen. Waas had wat dat betreft lering kunnen trekken uit de visie van zijn grootvader die zich in de aller duisterste periode van de Tweede Wereldoorlog absoluut niet kon voorstellen dat de Nazi’s het Joodse volk bijna volledig zouden uitroeien.  Als meesterverteller weet Waas natuurlijk als geen ander dat hij bij zijn publiek niet met een sentimenteel verhaal vol zelfmedelijden hoeft aan te kloppen. Die valkuil heeft hij zorgvuldig vermeden.  Als het podiumlicht wordt versterkt, zit Waas in de kelder van wat al snel zijn eigen huis blijkt te zijn. Gezeten op de vierde trede van het keldertrapje probeert hij propjes manier in een mand te gooien. Dat gaat hem aanvankelijk goed af, maar gaandeweg laat hij toch wat steekjes vallen. Eenmaal uitgegooid richt hij het woord tot het publiek. Als ik er elf van de zestien had in gekregen (wat net niet was gelukt), had ik zeker geweten dat het deze avond een goede voorstelling wordt, nu is dat helaas maar afwachten’, tempert hij bij voorbaat al te hoge verwachtingen. Waas zit niet zonder reden in de kelder. Gezien alle commotie, veroorzaakt door relaties die hij met zijn ‘juiste’ financiële adviezen in de misère heeft gestort, lijkt het hem beter zich een tijdje gedrukt te houden.  Nu kan hij zich enigszins voorstellen hoe zijn grootvader zich moet hebben gevoeld op diens onderduikadres, ‘hoewel die situaties natuurlijk op geen enkele manier met elkaar te vergelijken zijn’.  Waas wordt immers niet door de politie gezocht en ook heeft hij volgens de letter van de wet niets strafbaars gedaan. Maar in deze tijd van wel heel korte lontjes kun je elk risico op fysiek letsel beter vermijden. Doorspekt met milde ironie bouwt hij zijn verhaal langzaam op, en terloops komen we te weten dat Waas zijn muzikale gaven niet van een vreemde heeft. Met een strak gezicht vertrouwt hij het publiek toe dat zijn vader destijds het lied ‘Viens pleurer au creux de mon épaule’  heeft gecomponeerd, maar dat Charles Aznavour –toch niet de minste- er stiekem mee aan de haal is gegaan. We zullen Waas op zijn ogen –waren ze blauw?- moeten geloven, want de beste chansonnier die Frankrijk ooit gekend heeft, kan het bericht al geruime tijd noch bevestigen noch ontkennen. Hoe serieus we zijn voorspellingen moeten nemen, laat zich nu nog raden, wellicht komt Waas daarop terug in de mogelijke opvolger ‘De Meestervoorspeller door de mand gevallen’ of  ‘De Meesterverteller ontpopt zich als een ware ziener’. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat Waas helemaal geen meestervoorspeller is en dat hij zich mede om die reden onzichtbaar heeft gemaakt voor de buitenwacht. Waas heeft met deze soloproductie in ieder geval bewezen dat hij NUHR helemaal niet meer nodig heeft om met gemak zijn theaterpensioen te halen. En daar hoef je bepaald geen meestervoorspeller voor te zijn. Zo, nu is het hoog tijd om ‘Viens pleurer au creux de mon épaule’ eens te gaan bekijken op youtube. 


De Meestervoorspeller – Viggo Waas.  Gezien door Jaap Pleij op vrijdag 17 januari in de kleine zaal van De Kring.  


Vrijdag 17 januari

VIERVOETERS BRENGEN PLEZIER EN ONTROERING IN DE ZORG

In het tv-programma Kruispunt van maandag 13 februari was te zien hoe Labradoodles en robothonden en -katten bewoners in zorginstellingen heel wat troost, gezelschap en ontspanning bieden.  Beide zorginstellingen die in dat programma worden geportretteerd, spreken van een schot in de roos. Kruispunt bracht ook in beeld wat het effect is op hun familie en zorgverleners. Conclusie: een dier in een zorginstelling levert louter pluspunten op. Daarom blijf ik het onbegrijpelijk vinden dat St. Elisabeth, waar mijn moeder verblijft, nauwelijks oog voor heeft voor dit belangrijke aspect dat voor een groot deel de kwaliteit van leven in een zorginstelling bepaalt. Alle voorstellen die ik in deze richting heb gedaan, zijn triest genoeg nauwelijks onderbouwd van de hand gewezen.


Woensdag 15 januari

TWEEDE 'HENDRIK GROEN' IS EEN FLETSE THEATERVOORSTELLING

In een van de recensies over de voorstelling ‘Hendrik Groen – Zolang er leven is’ wordt de vraag gesteld of het werkelijk nodig was, een nieuwe versie van Hendrik Groen in het theater? Die vraag kan wat mij betreft volmondig met ‘nee’ worden beantwoord. Dat geldt althans voor deze ‘combinatie van geluk, liefde, verdriet en oud versus jong’ zoals producent Inge Bos de voorstelling in het theaterboekje omschrijft. De voorstelling heeft niets anders te bieden dan anderhalf uur flets en ongeïnspireerd toneel, zonder ook maar een enkel hoogtepunt. Alleen Anne-Marie Jung als directrice mevrouw Stelwagen weet de algehele malaise te ontstijgen, helaas is haar aandeel te mager om er nog iets van te maken. Jung deelt haar rol tijdens de tournee overigens geregeld met Cynthia Abma.


Dinsdag 14 januari

GERARD COX VERSPILT TEVEEL TIJD AAN FLAUWE MOPPEN

Het leek Gerard Cox – en mij eerlijk gezegd ook wel- een goed idee om in de herfst van zijn leven voor de eerste keer in zijn artiestenbestaan met een solovoorstelling in de theaters te staan. De vaste lezers van het huis-aan-huisblad De Oud-Rotterdammer, waarin Cox een tweewekelijkse column heeft, weten zo ongeveer wel hoe hij op bijna tachtigjarige leeftijd tegen mens en maatschappij aan kijkt, maar het is nuttig dat Cox daar op het podium nu ook tekst en uitleg over kan geven. De opening van ‘De Grote Grijze Belofte’ klinkt al zeer verrassend. Guus Vleugel schreef  in 1966 ‘La Belle Americaine’, een triest stemmend lied over een vrouw die niet onder stoelen of banken steekt dat ze niet van negers houdt. De reden? Ze stinken zo.


Zondag 5 januari

ANNEMARIE JORRITSMA, JE BENT EEN RUND ALS JE NU NOG TEGEN EEN VUURWERKVERBOD BENT

Als er na alle dramatische gebeurtenissen rond de jaarwisseling in de Tweede Kamer nog geen meerderheid is voor een absoluut verbod op consumentenvuurwerk kan de gang naar de rechter en wellicht het Europees Hof uitkomst bieden. In dagblad Trouw van vrijdag 3 januari wijst Patrick Jansen op het internationale recht dat door de bundeling van explosies in zo’n korte tijd op flagrante wijze is geschonden. Onze gevederde vrienden zijn tijdens de nieuwjaarsnacht massaal op de vlucht geslagen. Metingen door biologen wezen uit dat de vogels een letterlijk hoge vlucht hadden genomen, waardoor de dieren niet alleen volledig gedesoriënteerd zijn geraakt, het kostte ze ook onnodig veel  energie waar ze in de winter juist uiterst zuinig mee om moeten springen.


Vrijdag 3 januari

WIE WORDT DE NIEUWE STADSDICHTER VAN ROOSENDAAL?

Een klein cultuurfeitje waar Roosendaal reeds eind januari mee geconfronteerd wordt, is de verkiezing of benoeming van een nieuwe stadsdichter. De ‘ambtstermijn’ van Eric van Deelen loopt ten einde en de vraag is dus wie zich na Anneke Lips, René Spruijt, Leo Lotterman en genoemde Van Deelen de vijfde stadsdichter mag noemen.
Een van de erkende dichters denkt het te weten. Volgens hem staat het zo goed als vast dat het om een vrouw gaat. Hij noemt ook de naam die daar zijns inziens bij hoort, maar het is uiteraard niet aan mij om deze wereldkundig te maken. Wat bij mij wel voorop staat , is dat de nieuwe stadsdichter deze keer weer eens op een democratische wijze wordt verkozen, tijdens een publieke bijeenkomst in Parrotia of De Kring, waarbij ook de stem van het publiek zwaar meeweegt in het uiteindelijke oordeel. Bij de laatste twee uitverkorenen betrof het een benoeming, en als geestelijk vader van dit in 2008 in het leven geroepen instituut ben ik er mordicus op tegen dat het wederom op deze manier geschiedt. Een benoeming is zo niet 2020 en omdat de publiekspresentatie een wezenlijk onderdeel is van de keuze kan er alleen van een eerlijke gang van zaken worden gesproken indien er een democratisch proces ten grondslag ligt aan de vijfde stadsdichter.  


Vrijdag 3 januari

GEEN 'GAST VAN DE BURGEMEESTER' OP NIEUWJAARSRECEPTIE

De goede verstaanders hadden het al snel door. Geen ‘gast van de burgemeester’ bij de nieuwjaarsbijeenkomst in de St. Jan. Dat lijkt er dus op te wijzen dat dit initiatief van de vorige burgemeester Niederer een stille dood is gestorven. Niet zo verwonderlijk, want vrijwel niemand –behalve de uitverkorenen zelf waarschijnlijk-  die daar de toegevoegde waarde van in zag. En hoe zit het eigenlijk met de omstreden Roosenspeld?  Is die in de afgelopen honderd dagen, de periode van de wittebroodsweken van Han van Midden, nog wel eens uitgereikt? Zouden we iets terug krijgen voor dit ‘zware verlies’?  Een stadscriticus naast de stadsdichter en de stadsfotograaf bij voorbeeld. Ik kan me vergissen, maar de stadsfotograaf is toch ook al met stille trom vertrokken? Voert Han wellicht een nieuw ereteken in? De GOUDEN MIDDENWEG bij voorbeeld.  Dat is immers niet zelden de meest geschikte route om te volgen. Veel reuring binnen het protocol dus zo vroeg in het nieuwe jaar.   


Vrijdag 3 januari

BURGEMEESTER STAAT MIDDEN IN DE SAMENLEVING

De nieuwjaarsreceptie van de gemeente in de St. Jan is een van de beste gelegenheden om uit het oog verloren bekenden weer eens terug te zien en bestaande (wat ingezakte) relaties een flinke impuls te geven. De Bolle Man is sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw altijd van de partij geweest en was voornemens ook deze donderdag de 2e januari tot het bezoekersgilde te behoren. Vorig jaar was het afscheid van burgemeester Jacques Niederer aan de orde en deze keer stond zijn opvolger Han van Midden voor die lastige en zo imago bepalende vuurdoop: de nieuwjaarstoespraak.


Donderdag 2 januari

WBSO KRIJGT STEEDS MEER KLEUR DANKZIJ CARLO NABBE

Nog voordat hij één noot had gedirigeerd mocht dirigent Carlo Nabbe van het West-Brabants Symfonie Orkest zondagmiddag zijn eerste open doekje al incasseren in De Kring. Slechts door het opzichtig showen van zijn opvallende rode vest en de bijbehorende schoenen uit de kledinglijn minster Hugo de Jonge kreeg de enthousiaste orkestleider de publieke handen luidruchtig en langdurig op elkaar. Omdat het 75 jaar en ruim drie maanden geleden was dat Roosendaal werd bevrijd door de Engelse Polar Bears had het jaarlijkse nieuwjaarsconcert, dat inmiddels tot een waardevolle traditie is uitgegroeid, het thema ‘Bevrijding’ mee gekregen.  Anneke Lips, in 2008 verkozen tot de eerste stadsdichter van Roosendaal, speelde daar met haar gedicht ‘Bezetting Voorbij’ heel nauwgezet op in. ‘Puin geruimd, levenskracht herwonnen’, zo declameerde Lips terecht.  Het gedicht was kort, krachtig en met een voor velen onverwacht einde, en daardoor duurde het wat lang voordat het applaus aarzelend maar niet minder gemeend op gang kwam.


Dinsdag 31 december

'VAN HARTE BETERSCHAP' PASSENDE OPVOLGER 'HENDRIK GROEN'

Weinig reuring in Roosendaal. Als er weinig tot niets te doen is in De Kring, zo rond oud en nieuw,  voelt de Bolle Man zich net als Ramses Shaffy die in de Nieuwe Vijzelstraat de deur van zijn favoriete kroeg De Gelaghkamer gesloten aantreft. Om de moed er in te houden, zong Ramses dan tegen beter weten in ‘Maar we leven nog’. Uitgerekend in de maand dat het culturele leven volop zou moeten bruisen, zijn de Roosendalers teruggeworpen op de ‘geneugten’ van de sociale media en de goeie, ouwe vertrouwde bioscoop van de familie Lambregts. De bolle man besloot de relatieve rust nuttig te besteden door van het normale dagpatroon af te wijken.  Hij herinnerde zich Middelburg als een mooi stadje waar bovendien een aardig treinreisje aan vast zit. Een dagje Zeeuwse sfeer proeven leek de Bolle Man wel wat. Aangekomen kuierde hij langs de vertrouwde plekjes, voor zover hij zich die nog kon herinneren. Middelburg heeft gelukkig een gezellige compacte binnenstad –iets waar in Roosendaal al jaren tevergeefs naar gestreefd wordt- en het ene leuke plekje leidt vaak vanzelf naar het andere.  Omdat hij de hoofdstad van Zeeland deze keer in alle rust wilde beleven,  liep hij een overdekt en verwarmd terras binnen. Bij gebrek aan gezelschap keek hij aandachtig naar de passanten. Het viel hem weer eens in negatieve zin op dat de massa grotendeels bestond uit drukdoenerige mensen met minstens een mobiel apparaat tegen het oor gedrukt. Een man met zwart achterovergekamd haar en een klein maffiasnorretje in een zwart maatpak gestoken trok zijn bijzondere aandacht.  Wacht eens even…dat is toch niet..? De Bolle Man moest enigszins teleurgesteld vaststellen dat het hem inderdaad niet was. Maar het had gekund. Danny Vera woont immers in hartje centrum van Middelburg. Jammer, dit rustieke etablissement had wel wat ‘Roller Coaster’ kunnen gebruiken. De Bolle Man had nu wel erg veel zin in een kopje koffie. Maar waar bleef die ober toch? Hij herinnerde zich plotseling waarom hij zich vaak zo opgelaten voelde in onbekende horecagelegenheden.  Gevoelsmatig stond het hem tegen om medewerkers  met hun beroep aan te spreken. ‘Ober’ zou hij sowieso nooit uit zijn mond krijgen. Kelner klonk al niet veel beter, al lang buiten gebruik bovendien, maar het bezorgde de Bolle Man wel een kleine overpeinzing. Ober is een verkorting van Oberkellner, oftewel chefkelner, deed hij een succesvol beroep op zijn algemene ontwikkeling. Toch is er een klein doch wezenlijk verschil. De benaming kelner is over het algemeen meer van toepassing binnen de betere restaurants.  Stel dat het bedienende personeelslid een vrouw is, dan had de Bolle Man de keuze uit serveerster of kelnerin. Ook geen verheffende manier om iemand aan te spreken. De Bolle Man hield het daarom veiligheidshalve bij MENEER toen hij eindelijk een horecamedewerker ontwaarde die zijn kant op kwam. Vijf minuten later werd het zwarte vocht op zijn tafeltje neergekwakt. Nog voor hij ‘dankjewel’ kon mompelen, was de ober al op weg naar de volgende klant. ‘Als Danny Vera hier wel eens komt, zal hij ongetwijfeld met meer egards behandeld worden’, schamperde de Bolle Man zachtjes voor zich uit. Het voordeel van de roem en een bekend televisiegezicht. Hij sloot zich in gedachten af voor het hem omringende menselijke verkeer en pakte het boek dat hij eerder bij de vermaarde boekwinkel De Drvkkery had gekocht. De Bolle Man was oorspronkelijk van plan geweest om met dit boek de ‘feest’dagen door te komen. De tekst achter het op door Marie Sabine Roger geschreven ‘Van Harte Beterschap’ integreerde hem echter zo dat het even doorbladeren al snel over ging in aandachtig lezen. Het zal je maar overkomen. Roger belicht de lotgevallen van een oude brompot die sinds zijn pensionering het liefst met rust wordt gelaten. ‘Hij heeft niemand, geen vrouw, geen kinderen, zelfs geen hond, en dat wil hij graag zo houden. Maar door een ongeluk belandt hij in het ziekenhuis, waar hij wekenlang plat moet liggen, geheel afhankelijk van de zorg van anderen. Hij kan zich werkelijk niets ergers voorstellen. Toch zal hij om het ziekenhuis te overleven iets van menselijk contact moeten leggen’, aldus de tekst op de achterzijde die  de Bolle Man deed besluiten het boek aan te schaffen. Van leesplezier was geen sprake. Hij kreeg al snel de bibbers. De Bolle Man moest er net als het hoofdpersonage niet aan denken dat hem dit zou overkomen. Nog voor de trein hem weer in Roosendaal had afgeleverd, was hij al op slotpagina 202 gearriveerd. Hij was er onderweg maar niet in geslaagd het boek weg te leggen.  ‘Hier zit een opvolger van Hendrik Groen in. Een waar drama met slechts ruimte voor een schaarse grimlach’, concludeerde De Bolle Man terwijl hij door de dikker wordende mist naar huis liep.         


Vrijdag 27 december

IN DE SUPERMARKT HEERSEN DE KRENGETJES

De Bolle Man besloot toch nog maar even naar de supermarkt te gaan. De koelkast was weliswaar nog goed gevuld, maar de aanbieding van de Noorse zalm, 3.89 euro voor 200 gram, was te aantrekkelijk om te laten schieten. Tot opluchting van de Bolle Man puilde het aanbiedingsvak uit met pakjes zalm.  Gezien de drukte op het met autoblik gevulde parkeerterrein vreesde hij al voor niets te zijn gekomen. ‘Laat ik maar direct drie pakjes mee nemen’, besloot hij na ampele overweging. Best merkwaardig dat iedereen deze aanbieding links liet liggen, terwijl de vis nu eens niet duur betaald werd. Kooplustigheid kon de klanten toch niet ontzegd worden.  De Bolle Man beleefde vast wat voorpret toen hij zichzelf in gedachten van lekkere broodjes zalm zag genieten. De ene gedachte brengt de andere voort.  Nu hij toch in deze supermarkt verkeerde, besloot hij zijn voorraad flessen sherry en witte wijn ook maar stevig aan te vullen. Meewarig zag hij hoe een rood aangelopen vrouw zowel haar volgeladen kar als twee jengelende kinderen in bedwang probeerde te houden. Een strijd die bij voorbaat verloren leek. Hotsebotsend sleepte de vrouw, die duidelijk wel eens betere tijden had gekend, haar entourage voort. Rolbevestigend voor de hedendaagse samenleving, oordeelde hij. Het krijsende kroost  is tegenwoordig de baas en de moeder de ondergeschikte. Dan hebben de wolven het beter voor elkaar. Moeder wolf grijpt haar ongehoorzame jong gewoon in zijn nekvel om hem vervolgens met gepaste vaart  tegen de grond te kwakken. Met haar dwingende poot dwingt ze zijn respect en ondergeschikt gedrag af zonder dat er een haan naar kraait. De bolle man was door dit tafereeltje weer eens zeer uiterst content met zichzelf.  ‘Waarom nou kinderen nemen? Er zijn toch heel goede condooms verkrijgbaar’, schoot hem een omstreden televisiereclame te binnen. De bolle man dirigeerde zijn inmiddels eveneens goedgevulde karretje richting de kassa en hoorde nog net dat een van de krengetjes zijn moeder ‘stomme trut’ naar het hoofd slingerde. Dat deed hem nog meer verlangen naar de eenvoudige- doch voedzame en bovendien eenzame maaltijd die hem die avond te wachten stond.  


Donderdag 26 december

'ACH, ZOU DIE SCHOOL ER NOG WEL ZIJN?'

Na het overlijden van Jules Deelder stuitte ik al surfend over de digitale snelweg op het programma ‘Ferry de Groot en de grote Rotterdammers’ van RTVRijnmond. Toevallig kwam op de radio net het nostalgische lied ‘Ach, zou die school er nog wel zijn’ van Don Quishocking voorbij. Het viel me op dat in vrijwel al die portretjes van Bekende Rotterdammers de hoofdpersonen een kijkje wilden nemen bij de instelling waar zij in hun jonge jaren onderwijs hebben genoten. Hoe verschillend ook, allen moesten constateren dat hun voormalige school voor zover nog overeind  een nieuwe bestemming heeft gekregen.  


Woensdag 25 december

MAAIKE OUBOTER KOMT VOLUME TEKORT

Met haar lied ‘Dat ik je mis’ wist Maaike Ouboter een van de juryleden van het programma ‘De Beste Singer-Songwriter’ tot tranen te beroeren.  Het is dan ook een mooie tekst waarin een ieder wel iets van zijn ‘gading’ kan vinden.  Ouboter sloot met haar programma ‘Voordat de tijd ons inhaalt’ het eerste seizoensgedeelte van het kleine zaalprogramma in De Kring af, de meeste liedjes hebben zo ongeveer dezelfde thematiek als deze eerste hitsingle, en ondanks de korte duur van de show werd het op een gegeven moment toch wat eentonig.
Dit programma zou wat meer volume moeten krijgen, en niet alleen qua inhoud. Slechts vergezeld door drie gitaren maakte Ouboter een wat verloren indruk op dat toch niet bijster grote denkbeeldige podium van de kleine zaal. In meer of mindere mate is interactie met het publiek bij een optreden van een singer-songwriter tegenwoordig toch wel wenselijk.  Ze wekt de indruk zover nog lang niet te zijn. Een goede regisseur moet haar toch ook wel over die drempel  weten te trekken, lijkt me. En omdat haar stem ook wel wat meer volume kan gebruiken, zou ze voorlopig beter als duo verder kunnen gaan. In dat programma ‘De Beste Singer Songwriter’ zal ze ongetwijfeld met medekandidaten hebben gesproken die op zoek zijn naar een geschikte zangpartner. Die ongemakkelijke tribune in de kleine zaal, die wel vaker een steen des aanstoots is, had zeker bij dit concert beter ingeklapt kunnen blijven. Maaike Ouboter komt qua zang en presentatie veel beter over wanneer ze letterlijk tussen haar gehoor in zit. Om de overleden Dimitri van Toren te citeren: Ik heb het liefst dat de bezoekers gezeten zijn aan tafeltjes en stoelen of nog beter om mij heen gegroepeerd. Leny Kuhr doet het tegenwoordig standaard op die manier. De echt diepe ontroering bleef nu achterwege. In bovengenoemde setting weet Ouboter een veel gevoeliger snaar te raken bij het publiek, daar ben ik van overtuigd.  Een van de juryleden in dat tv-programma complimenteerde Ouboter voor de wijze waarop ze de mensen tegenover haar recht in de ogen bleef kijken, terwijl ze duidelijk zag wat de tekst met hen deed. In een gegroepeerde setting is dat één-op- één oogcontact veel gemakkelijker te realiseren. Misschien mag Lenny Kuhr dat in het nieuwe theaterseizoen in De Kring komen demonstreren van Jan-Hein Sloesen. Artistieke aanleidingen zijn er genoeg voor zo’n specifieke, muzikale ontmoeting. 


Maaike Ouboter – Voordat de tijd ons inhaalt. Gezien door Jaap Pleij op donderdag 19 december in de kleine zaal van De Kring.    


Dinsdag 24 december

'DEN DEELDER' TOEVOEGEN AAN CULTUURHUIS BOVENDONK?

Ergens in februari wordt zeer waarschijnlijk Cultuurhuis Bovendonk officieel geopend door een hoogwaardigheidsbekleder.  Mondde de vorige poging om een verenigingsgebouw tot stand te brengen in Roosendaal uit in een fiasco dat de verantwoordelijke wethouder Jacqueline Chamuleau het politieke hoofd kostte, de totstandkoming van Cultuurhuis Bovendonk is vrij geruisloos tot stand gekomen. Den Deelder. Zo zou het oorspronkelijke ontwerp gaan heten. De naam was tweeledig. Enerzijds stond het voor het delen van een gebouw, maar de toenmalige initiatiefnemers wilden tevens de onlangs overleden nachtburgemeester van Rotterdam op passende wijze eren. Eén in verscheidenheid, was de boodschap die dichter Deelder voortdurend predikte, wat geheel in lijn was met de filosofie van het beoogde verenigingsgebouw Den Deelder.  Iedere gebruiker doet zijn eigen ding, maar tegelijkertijd onder de vlag van Den Deelder. De liefde voor de jazz voerde Jules vaak naar Roosendaal. Bij het Kaaijazzfestival in de Eratozaal draaide hij tot diep in de nacht zijn favoriete jazzmuziek en omdat we in Roosendaal toen het fenomeen The Jazz Kees (jazzmedewerker van Radio Stad FM) kende, schepte dat toch een speciale band tussen de twee RO’s. Zijn bijnaam ‘De Nachtburgemeester van Rotterdam’ dankte hij aan een lokale fietsenmaker die hem regelmatig in de nachtelijke uren zijn werkplaats zag passeren. Toen deze Jules een keer aansprak met ‘nachtburgemeester’ ging er een lampje branden in zijn dichterlijke brein. Wie dit verhaal uit zijn eigen mond wil horen, moet op Youtube even het gefilmd portret opzoeken dat Ferry de Groot in 2014 van hem maakte als onderdeel van de serie ‘De Groot en de Grote Rotterdammers’. Een reeks die destijds is uitgezonden door TV Rijnmond. Hoewel Jules met zijn opmerkelijke bestuurlijke visies op Rotterdam de ‘echte’ burgemeester danig voor de voeten liep, was de huidige eerste burger Aboutaleb in 2014 toch zo sportief Jules de eer te verlenen die hem –althans volgens Jules zelf -  al zo lang toekwam. Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag werd hij aan het begin van de raadsvergadering officieel geinstalleerd als Nachtburgemeester van Rotterdam. Toen Aboutaleb hem de ambtsketen had omgehangen vroeg en kreeg de eerste officiele nachterlijke burger het woord. Nou, dat hebben de raadsleden geweten. De uitdrukkingen ‘Turkse Rotterdammer’  en ‘Marokkaanse Rotterdammer’  werden bij decreet in de ban gedaan. ‘Als je in Rotterdam woont, ben je een Rotterdammer en daarmee klaar. Wat je voorheen hebt uitgevreten en waar je voorheen hebt gewoond maakt geen ene reet uit’. Toen burgemeester Jules den Eerste na twintig minuten nog geen aanstalten maakte om zijn betoog te beeindigen, werd hem vanuit de ‘coulissen’ zachtjes toegesist: wilt u gaan afronden. Maar zo praatte je natuurlijk niet tegen de eerste nachtburgemeester. Vijf minuten nadat de onzichtbare stem de wind van voren had gekregen, vond de aangesprokene het uiteindelijk zelf ook  welletjes. Maar niet voordat hij had geproclameerd dat het motto ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’, dat eeuwenlang van kracht was in Rotjeknor, met directe ingang was vervangen door ‘Je ken niet gek genoeg doen’. Heel lang was destijds in Roosendaal niet bekend hoe de toen nog officieuze nacchtburgemeester tegen het hele idee aankeek om ruim zestig kilometer verderop een verenigingsgebouw naar zich vernoemd te krijgen. De filmploeg van een Tullepetaonse carnavalsclub trok de stoute schoenen aan en toog op een avond naar diens zuipstulpje cafe Ari (waar later een standbeeld naast is neer geplant van Deelder) om hem deze kardinale vraag voor te leggen. Het duurde even voor de boodschap landde in het chaotische brein, maar toen gaf Jules te kennen dit toch wel een heel uitstekend idee te vinden. En natuurlijk moest daar even op gedronken worden. Wat drankverbruik betreft doen Rotterdammers en Tullepetaonen nauwelijks onder voor elkaar, zo bleek heel laat in de late uurtjes.
Het is natuurlijk ondenkbaar om de reeds vergeven naam Cultuurhuis Bovendonk in dit stadium nog te veranderen in ‘Den Deelder’ , maar een klein ondertiteltje zou toch wel een mooi en passend eerbetoontje zijn voor de nachtburgemeester. Het nieuwe motto dat hij voor de havenstad heeft verordonneerd ‘Je ken niet gek genoeg doen’  zou daar op een tegeltje heel goed naast passen. Wie zich actief met cultuur met bezighoudt zal toch steeds nieuwe wegen moeten vinden om zijn publiek te verrassen. En dan ken het inderdaad wel eens niet gek genoeg zijn. Burgemeester Han van Midden, die tot recentelijk in het gemeentehuis van Rotterdam heeft gewerkt, zal zo’n besluit zeker ook op waarde weten te schatten. Als griffier van Aboutaleb heeft hij die inauguratiespeech van Deelder ongetwijfeld live mogen beleven. Ik zal het Han zeker vragen bij onze eerste officiele afspraak half januari.                


Maandag 23 december

VOX JUBILANS KIEST VOOR KORT EN KRACHTIG KERSTCONCERT

Het publiek stond zondagmiddag te dringen bij de entree voor het Kerstconcert van Vox Jubilans in samenwerking met het Kamerorkest Roosendaal. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de haast om binnen te komen via de zij-ingang ook voor een belangrijk deel was ingegeven door de gestadige regenval die Roosendaal de gehele dag teisterde. Voor mij was dit de eerste kennismaking met de combinatie koor-orkest-OLV-kerk, dus ik was vooral benieuwd naar de akoestiek in het karakteristieke kerkgebouw. Al bij de opening, Stil in die Nacht, van G. Strootman bleek dat dik in orde te zijn. Een maximaal gevulde kerk genoot na een kort welkomstwoord van het ‘Weihnachts Wiegenlied’ van J. Rutter. Koor, orkest en organist Imelda Hack waren mooi in balans met elkaar. Dat kwam vooral tot uiting in ‘Wiegenlied der Hirten’  van M. Bruch. Het werk ‘God rest ye merry, gentlemen’ kenmerkte zich door enkele mooie uithalen. Krachtig en eendrachtig, dat kan gezegd worden van de uitvoering ‘Hark! The Herald Angels Sing’ van F. Mendelssohn-Bartholdy.
De drie werken die het Kamerorkest Roosendaal onder leiding van Willem Damsteeg voor zijn rekening nam – Sinfonia in sol, 3 delen van Vivaldi, Symfonie 4, adagio van A. Mahaut, en het Concerto Grosso 5, allegro van A.Corelli vormden een passend rustpunt. Het concert werd direct aansluitend voortgezet door Vox Jubilans met ‘For unto us a child is born’ van G.F. Händel. Gelukkig was de organisatie zo verstandig geweest geen pauze in te lassen, want daar is de OLV-kerk in facilitaire zin niet op berekend. Via composities van j. Gallus (Resonet in laudibus), M. Praetorius (In dulci jubilo), F. Mendelssohn-Bartholdy (Von Himmel hoch) werd het publiek naar de slotsamenzang ‘Stille Nacht’ gevoerd. Na een kort dankwoord –de organisatie liet de muziek geheel spreken deze middag- waren de bezoekers nog even in de gelegenheid om samen met de uitvoerenden van een hapje en een drankje te genieten.  Het concert stond onder leiding van Gunita Grunberga.  Het applaus na afloop hield terecht langdurig aan. Al met al een kort en krachtig concert, mooi op maat gesneden.


Kerstconcert – Vox Jubilans, Het Kamerorkest Roosendaal, Imelda Hack en Gunita Grunberga. Gezien door Jaap Pleij op zondag 22 december in de OLV-kerk.


Maandag 23 december

HOE KUN JE NU FAN ZIJN VAN DIT KONINGSHUIS?

Het is de taak van een columnist om het nieuws te becommentariëren en niet om het te brengen. Toch ben ik blij met de column ‘Oranjes’ van Angela de Jong. Net als zij vind ik het zeer opmerkelijk dat de Zembla-uitzending over de erfenis van oud-koningin Juliana nauwelijks aandacht heeft gekregen in de geschreven pers, waaronder haar ‘eigen’ AD. Dat verwijt mag hoofdredacteur Hans Nijenhuis zeer terdege aantrekken. De deal die de Oranjes met de Belastingdienst hebben gemaakt over de afhandeling van het testament van de Oranjevorstin is in moreel opzicht volkomen verwerpelijk. Maar daar kijk ik in het geheel niet van op. Ik ben het met Angela eens dat rijk zijn geen misdaad is, maar wel als die rijkdom tot stand gekomen is dankzij onwettige- en dubieuze praktijken.  In de twee eeuwen dat deze Oranjefamilie aan de Nederlandse troon is vastgebakken, heeft ze een onvoorstelbaar fortuin vergaard.


Vrijdag 20 december

NOG EEN PAAR GEDACHTEN OVER HENK POORT

Hoe meer filmjes ik van Henk Poort uit de Beste Zangers’ terug kijk, des te stelliger raak ik ervan overtuigd dat zijn huidige theaterprogramma ‘’Helden’ zo snel mogelijk een vervolg moet krijgen. Ik heb in mijn verslag van ‘Helden’ al een aantal liedjes van de albums ‘Voice of Hope – deel 1 en 2’ van de Ierse zanger Tommy Fleming aangegeven die ik ook graag eens uit de ‘strot’  van ‘Amsterdamse Henkie’  zou horen komen. Maar al de nummers die hij in ‘Beste Zangers’ heeft vertolkt, dienen eveneens een vertaling naar het theater te krijgen. Ik dacht Henk toch redelijk goed te kennen –hij is immers meerdere keren te gast geweest in mijn radioprogramma ‘Spotlight’ op Radio Stad FM (helaas ter ziele) - maar dat hij zo gemakkelijk van het ene genre naar het andere springt, heeft mij wel zeer aangenaam verrast.
‘Dochters’  van Marco Borsato is bij hem  gezien zijn huidige status van gezinsman, absoluut in goede handen, en dat geldt zeker ook voor de onvervalste Hazes-ballad ‘Wees zuinig op m’n meissie’. Geen schoonzoon die niet doordrongen raakt van Henks goedmoedige maar dwingende blik, en de niet uitgesproken boodschap ‘Anders zwaait er wat’. Zijn blik naar de hemel spreekt boekdelen. Met zijn versie van het Spaanse ‘Noelia’ wist hij een collega-zanger spontaan in tranen te laten uitbarsten. Meezingen doen ze automatisch bij het luchtige countrylied ‘Your Man’ en even gemakkelijk laat Henk ze meeklappen bij de liefdesmagneet ‘Despacito’  van Luis Fonti.   En dan te bedenken dat ik het destijds waagde om Henk de vraag voor te leggen ‘of het waar is dat geschoolde operastemmen die voor lange tijd overschakelen op bij voorbeeld musicalrepertoire geneigd zijn om lui te worden?’ Nadat Henk van de eerste schrik bekomen was, begon hij me uitvoerig uit te leggen dat doit in het algemeen en zeker bij hem absoluut het geval niet is.  Om zijn betoog resoluut af te ronden met:  laat niemand beweren dat mijn stem lui is, want dan heb ik echt een appeltje met hem te schillen.  Daarom met terugwerkende kracht: alsnog een nederig MEA CULP, beste Henk.   
Zoals mijn volgers inmiddels wel weten is ZORGENTERTAINMENT uitgegroeid tot mijn absolute stokpaardje sinds mijn moeder in Huize St. Elisabeth verblijft. Wat zou het mooi zijn – om met Huub van der Lubbe van De Dijk te spreken- om bewoners van zorginstellingen ook eens op een optreden van het unieke talent van Henk Poort te kunnen trakteren. Niet zo lang geleden organiseerde De Zonnebloem jaarlijks een voorstelling waamee ze kris-kras het gehele land doortrok. Die concerten waren weliswaar gesitueerd in de lokale schouwburgen, het publiek werd echter steevast uit de eveneens lokale zorginstellingen gehaald, met dank aan de belangeloze inzet van de vele vrijwilligers. Die modus zal nu financieel wel geen haalbare kaart meer zijn, maar voor de zekerheid heb ik maar even een balletje opgeworpen bij Alexander van Zijp, de persmedewerker van de Landelijke Zonnebloem. Je weet maar nooit!  Als dat tot ‘Omarm me’ leidt, kan Henk ook dit nummer van Blof aan de show toevoegen. De titel van dat tweede programma: ‘Open de poorten…voor Henk Poort’ lijkt me aardig in de goede richting.      


Donderdag 19 december

HENK POORT LIET 'SOUND OF SILENCE' ACHTERWEGE

Naar het schijnt is zijn duet uit The Phantom of the Opera met Floor Jansen ruim twee miljoen keer bekeken op Youtube , zijn versie van Simon and Garfunkels Sound of Silence doet daar met 1.7 miljoen relatief gezien niet veel voor onder. Het televisieprogramma ‘Beste Zangers’ heeft Henk Poort dus bepaald geen windeieren gelegd. Als doorgewinterde artiest weet hij heel goed dat je het ijzer moet smeden wanneer het heet is, dus al snel kwam er een theatervervolg onder de noemer ‘Henk Poort en de Helden’. De stormloop op de kassa’s was zo groot dat al snel tot een verlenging kon worden besloten, waardoor het programma doorloopt tot 22 februari 2020. ‘Helden’ is na ‘Ik ben mijn lied’ in 2016 de tweede soloshow van de klassieke bariton die ook naam en faam heeft gemaakt met musicals als ‘Les Miserables, Anatevka, De Drie Musketiers en Rembrandt’.


Woensdag 18 december

JAN SNEL IS DE SUPERICOON VAN ROOSENDAAL

‘Jan Snel staat toch zeker al lang op de officiële lijst van de Roosendaalse Iconen?’, vraagt mijn facebookvriend Cor van Nispen zich publiekelijk af in een reactie op mijn artikel over Jan Snel. ‘Lang’ is in deze een relatief begrip, maar het is inderdaad zo dat de vroegere ijzerhandelaar tot dit selecte groepje behoort. Wat heet! In aanloop naar het herdenkingsjaar 2018 (Roosendaal 750 Jaar) startte het erfgoedcentrum Tongerlohuys een zoektocht naar de ware Iconen van Roosendaal. De inwoners van de gemeente kregen de vraag voorgelegd wie ze direct met hun woonplaats associëren. Ze hoefden er niet per se geboren te zijn, ‘wegens grote verdiensten’ was eveneens een criterium. 


Dinsdag 17 december

ANDRÉ EN ALEX VOOR AL UW ZORGENTERTAINMENT

Televisierecensent Angela de Jong van het AD hikt tegen het komende afscheid van Hendrik Groen aan.  Ik kan daar goed inkomen. Hoe triest de omstandigheden in de zorginstelling soms ook waren, Andre van Duin (Evert) en Kees Hulst (Hendrik Groen) waren de ware smaakmakers op de doorgaans armoedige maandag-televisie-avond.  Max-omroepbaas Jan Slagter zou wel gek zijn indien hij deze toppers zo maar zou laten gaan. Dat is ook niet nodig, want er is heus wel een format te bedenken om voort te borduren op ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’.


Vrijdag 6 december

JE WORDT WEL EVEN STIL IN HET ORANJE HOTEL

Begin september opende koning Willem-Alexander het Nationaal Monument Oranjehotel in Scheveningen. Kort daarna kon het publiek voor het eerst een kijkje nemen in het herinneringscentrum, waar de verhalen van ruim 25.000 gevangenen zijn opgeslagen. Ik dacht dat ik zo ongeveer alles wat de moeite waard was in Den Haag om gezien te worden ook wel gezien had. Maar uiteraard deed dit monument mij opnieuw koers zetten naar Den Haag, de stad waar het overgrote deel van onze nationale historie zich heeft afgespeeld. 
Het Oranjehotel was de bijnaam voor de Scheveningse gevangenis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1940 en 1945 hielden de Duitsers hier ruim 25.000  mensen gevangen voor verhoor en berechting. Een diverse groep uit alle hoeken van Nederland die de Duitse wetten had overtreden: Veelal verzetsstrijders, maar ook Joden, Jehova's getuigen, communisten en mensen die vanwege een economisch delict werden vastgezet,  zoals zwarthandelaren. Al in de oorlog werd het complex ‘Oranjehotel’ genoemd. Een ode aan de verzetsstrijders die er waren opgesloten.
Onder de gevangenen in het Oranjehotel zaten bekende personen, zoals de 'Soldaat van Oranje' Erik Hazelhoff Roelfzema, Rudolph Cleveringa, Titus Brandsma, George Maduro, Pim Boellaard, Henri Pieck, Simon Vestdijk, Heinz Polzer (Drs. P.) en Corrie ten Boom. Sommigen werden vrijgelaten, anderen gedeporteerd naar andere gevangenissen en kampen of ter dood gebracht op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte. Na de oorlog was dit het tijdelijk onderkomen van NSB-kopstukken als Anton Mussert en Rost-Van Tonningen. Mussert is vanuit zijn cel na het uitspreken van zijn doodvonnis rechtstreeks overgebracht naar de Waalsdorpervlakte om geëxecuteerd te worden. 

Indrukwekkend zijn de verhalen over angst, hoop, geloof,  vaderlandsliefde en de keuzes die mensen gedwongen waren te maken toen rechteloosheid, onderdrukking en vervolging de samenleving in hun greep kregen en hielden. Het bezoek begint in een tot bioscoopje verbouwde cel, waar vijf overlevenden van het verblijf in het cellencomplex onder de noemer  ‘Stories from the Oranje Hotel’ vaak nog zeer geëmotioneerd hun persoonlijke ervaringen delen met de bezoekers. Hun namen: Jos Hartman (1925), Gerrit Koele (1923-2019), Jopie van Dorsten (1921-2019), Marijke Roes (1920-2019) en Helen Cohen (1936). Heel triest om te moeten constateren dat voor drie van hen de opening van het Nationaal Monument net te laat kwam. Het AD tekende in een voorbeschouwing op het bezoek van de koning het verhaal  op van Helen Cohen die op achtjarige leeftijd met haar Joodse moeder in januari 1945 arriveerde.  ‘De bewaker schoof het eten door het luikje. Je moest er snel bij zijn, want het luik ging direct weer dicht en dan lag alles op de grond’. Bij de rondgang in het complex dringt al snel de vraag zich op waarom en waardoor het zo lang heeft geduurd voordat deze belangrijke periode in de oorlogshistorie zijn monumentale status kreeg.
Bij de receptie krijgen de bezoekers een apparaatje mee voor de audiotour  waarmee je onder meer oog in oog te staan met advocaat Gerard Spong die vertelt over het ‘rechtssysteem’ tijdens de oorlogsjaren. Dat deze plek nog bestaat is te danken aan het Comité Oranjehotel, dat direct na de oorlog is opgericht.  Het comité heeft ervoor gezorgd dat één van de dodencellen, Cel 601, als monument kon worden behouden. Net als het poortje waaruit de gevangenen destijds werden gedeporteerd.  Doordat de barakken ook na de oorlog nog deel uitmaakten van de Scheveningse strafgevangenis, konden ze niet eerder worden opengesteld voor het publiek. De plek was alleen toegankelijk tijdens de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomsten op de laatste zaterdag van september of de eerste zaterdag van oktober. In 2009 werd besloten de cellen in de gevangenis te sluiten wegens overcapaciteit.  Voor behoud en renovatie was veel overleg nodig met partijen als het ministerie van Justitie, de Rijksgebouwendienst, fondsen, de provincie en de gemeente. Uiteindelijk kwam er in 2016 een bouwbesluit en in 2018 kon de aannemer aan de slag.
Vanuit dit cellencomplex zijn 250 gevangenen naar de fusilladeplaats afgevoerd.  Het was een bonte mengeling van opgepakte Nederlanders die onder het regime van de Polizeigefängnis werd geplaatst. Politici, communisten, studenten, arbeiders, ondernemers en intellectuelen zaten door elkaar heen opgesloten in nauwe ruimten. De een omdat hij verzet had gepleegd of de term ‘rotmoffen’ had gebruikt, de ander omdat die Joods, zigeuner of Jehova’s getuige was.
Door de introductiefilm in de cellengang te vertonen, waar zich ook de beroemde Doodencel 601 bevindt, krijgt de bezoeker een indruk van hoe het voelde om in een kale ruimte van 1,9 bij 3,7 meter met alleen een hoog raam te moeten verblijven. Vier gevangenen op één cel was beslist geen uitzondering, eerder de norm. Na de cellenbarakken opent de tentoonstelling zich in de ruimten die destijds functioneerden als dienstvertrekken. In het kort wordt de tijdlijn getoond die begint bij de Eerste Wereldoorlog en al snel overgaat naar het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940.  Het Scheveningse complex verandert na de capitulatie van Nederland in een Duitse politiegevangenis. Op 3 maart 1941 wordt Ernst Cahn als eerste verzetsstrijder op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Een animatiefilm geeft een indruk van het alledaagse leven in de gevangenis. Een leven dat, zoals de introductiefilm ook al laat zien, bestond uit kou, honger, eenzaamheid, verveling en uitzichtloosheid. Soms waren er 1500 gevangenen tegelijk in de barakken ondergebracht. Er waren aparte afdelingen voor vrouwen en mannen. Ondanks de overbezetting was er maar één bed. Overdag gold een verbod om daar op te zitten. Het Oranjehotel was gebaseerd op een gevangenismodel dat in 1933 in Nazi-Duitsland tot stand kwam. Het regime was ruw en onaangenaam, intimidaties en vernederingen waren aan de orde van de dag. Onderling contact, behalve uiteraard tussen celgenoten, was verboden. Voor de poort van het museum is een amfitheater gecreëerd, bedoeld voor herdenkingen. In de binnenruimte treft de bezoeker tastbare herinneringen uit deze duistere periode aan, zoals een Jodenster, een publicatie over een straatverbod, een bevel tot inlevering van radio-ontvangsttoestellen, een bon die recht geeft ‘op den aankoop van een paar schoenen’, diverse Haagsche Couranten uit 1942  en enkele rantsoenen vleeschwaren. Een originele opname uit die tijd laat ‘Piet Hein, zijn naam is klein’ door de ruimte schallen. De verhoorkamers die zo gehorig waren dat het gekerm en geschreeuw heel duidelijk tot de buitenwereld door drong, zijn in de jaren tachtig gesloopt. Sjaak Boezeman (26) en Herman Holstege (37) waren slechts twee van de velen die dat niet hebben overleefd.
Een bijzondere foto is die van het huwelijk dat op 26 oktober 1941 werd gesloten tussen Noto Soeroto (1918-1945) en Thea Eland (1919-2011) Noto was gearresteerd op beschuldiging van spionage. Thea was op de dag van het huwelijk al zwanger. Om een schandaal te voorkomen, besloten ze tot een echtverbintenis.  Ondanks alle ellende liet men zich nog steeds leiden door de moraal en de gebruiken van die tijd. Heel berucht waren de celspionnen. Infiltranten die in korte tijd zoveel mogelijk informatie uit hun ‘medegevangenen’ moesten zien te persen. Maar naast een diep geworteld wantrouwen getuigden diverse overlevenden ook van vriendschappen voor het leven en een enorme saamhorigheid.  
Er is slechts een foto bewaard gebleven van gevangenen in hun cel. Op een groepsportret uit september 1941 wordt de bezoeker sceptisch aangekeken door: Carol Nout (1910-1942), Jan Hulleman (1900-1944), Herman Wiegman (1908-1942), Marinus van Meel (1915-1942), Henri Pieck (1895-1972) en Adelborgt Tapper (gegevens onbekend).   
Aan de overkant van het complex nodigt de Waalsdorpervlakte uit tot een duinwandeling. Wie links afslaat loopt door het natuurpark Meijendal in korte tijd naar de Boulevard van Scheveningen, waar momenteel een grote renovatie en aanbouw plaats vindt. In het Kurhaus werden op dat moment al voorbereidingen getroffen voor het concert dat zanger George Baker (Hans Bouwens) daar eind december geeft.   
Nationaal Monument Oranjehotel is sinds  7 september van dinsdag tot en met zondag geopend van 11.00-17.00 uur.


PROEVE VAN EEN NIEUW ROOSENDAALS STADSLIED

Huizen hoog, een televisiemast
Het wakend oog op ons gericht
Zo schoon, 't beeld van deze stad
Alsof zij door de ROOS wordt verlicht
Een zwaan die rust, in Emile’s fraaie park
Daar admiraal Lonck in zijn hemelsblauwe ark .

Refrein:
Roosendaal, West-Brabant Stad
Roosendaal, stad met een kloppend hart
Roosendaal, West-Brabant Stad.

De Kring met een zware zucht
Met ongekend theaterkracht
Omfloerst, soms zwaar geschut
Als voorbode van de nacht
Zij nog vol van leven, niet meer bevreesd
Een Jan Mol die weet hoe de oorlog is geweest.

Refrein.

Hoge hakken, natte klinkers
Korte rokken, lippen leutig rood
Verfraaien haar vrolijk gezicht
Op de Markt een blonde stoot
Ze huilt, ze swingt,
Zij roept, ze smacht
Naar het leven dat in haar stadje wacht.

De Vliet doorklieft de oude stad
Met aan de borders het nieuwe goud
Steen en staal bieden volop kans
Het Stadsoeverhart dat zich ontvouwt
Elke Tullepetaon, of hij die gaat
Kent een liefde voor de stad
Die zich slechts liefdevol beschrijven laat.

Refrein.

Voortgekomen uit pure boerenkracht
Voortbouwend op de turf
Klievend door weer en wind
Brandstof met een ongekende gang
Verguisd, verbrand, soms jaren murw
Maar nooit verslagen, veerkrachtig al 750 jaren lang

Roosendaal, West-Brabant Stad
Roosendaal, stad met een stalen hart
Roosendaal, West-Brabant Stad 

 

 

(Geïnspireerd door en op melodie van "Rotterdam" door Frederique Spigt)